
WILLEMSTAD – Kortijn Ice Company moet binnen veertien dagen stoppen met het gebruik van het LOVERS-merk en met uitingen die bij consumenten bewust een verband leggen met de voormalige Lovers-producten. Dat heeft het Gerecht in Eerste Aanleg dinsdag bepaald. Het vonnis is een nieuwe stap in een jarenlange familie- en merkenstrijd die eerder al leidde tot een miljoenenbeslag, het faillissement van Lovers en de verkoop van het bedrijf aan Kortijn.
Kortijn mag onder meer geen gebruik meer maken van teksten als same LOVE, made with LOVE, summer LOVE en LOVE ICE. Ook het hart-symbool mag niet worden gebruikt wanneer daarmee een associatie met LOVERS wordt opgeroepen.
Ook slogans waarmee Kortijn zijn producten presenteert als opvolger van Lovers moeten verdwijnen. De rechter noemt expliciet The taste Curaçao knows — now Kortijn en same product, same love. Volgens het gerecht haakt Kortijn daarmee zonder toestemming aan bij de bekendheid van het LOVERS-merk.
Bij overtreding moet Kortijn 5.000 gulden per dag betalen, tot een maximum van 500.000 gulden.
Familieruzie leidde tot beslag
Het conflict gaat terug tot de familie achter Lovers. Na het overlijden van oprichter Oswald van der Dijs en zijn broer Pedro ontstond onenigheid tussen hun erven. De erven van Pedro kregen de overhand binnen het Curaçaose Lovers Industrial Corporation, terwijl de erven van Oswald de zeggenschap hadden bij Lovers Industrial USA en een Bahamaanse Lovers-vennootschap.
In december vorig jaar liet Lovers Industrial USA beslag leggen op vermogensbestanddelen van Lovers Curaçao. Het beslag diende als zekerheid voor een claim van ruim drie miljoen dollar in een geschil over merkrechten en royalty’s dat in de Verenigde Staten wordt uitgevochten.
De kinderen van oprichter Oswald van der Dijs stelden destijds dat het beslag nodig was om de rechten op het merk Lovers te beschermen. Zij beschuldigden het toenmalige management van Lovers Curaçao onder meer van schending van licentieafspraken.
Het beslag had grote gevolgen voor het bedrijf. Banken maakten leningen opeisbaar, de belastingontvanger legde eveneens beslag en Lovers kreeg problemen met het betalen van leveranciers en het inkopen van grondstoffen. Het Gemeenschappelijk Hof concludeerde uiteindelijk dat het bedrijf daadwerkelijk had opgehouden te betalen en verklaarde Lovers op 14 januari failliet.
Kortijn nam bedrijf over
Na het faillissement verkochten de curatoren de activa van Lovers als draaiende onderneming aan Kortijn. Daarbij werd uitdrukkelijk geen garantie gegeven dat alle intellectuele eigendomsrechten daadwerkelijk overdraagbaar waren. In de koopovereenkomst werd bovendien vermeld dat rond het LOVERS-merk al een procedure in de Verenigde Staten liep.
Kortijn nam ook de werknemers over en zette de productie voort. Lovers Industrial USA bood Kortijn vervolgens een licentie aan voor het gebruik van het LOVERS-merk, maar partijen bereikten daarover geen akkoord.
Wie eigenaar is, blijft onbeslist
Opvallend is dat de rechter Kortijn nu wel verbiedt bij LOVERS aan te haken, maar niet definitief vaststelt dat Lovers Industrial USA eigenaar is van het merk. Volgens het gerecht kan in dit kort geding niet worden bepaald aan wie de merkrechten uiteindelijk toekomen. Daarover loopt nog een procedure in de Verenigde Staten.
Voorlopig neemt de rechter als uitgangspunt dat Lovers Industrial USA als merkgerechtigde werd behandeld en dat Lovers Curaçao het merk en de recepten op basis van licenties gebruikte. Daarbij weegt mee dat Kortijn bij de overname wist van die licentieconstructie en van het bestaande juridische geschil.
Lovers Industrial USA kreeg niet op alle punten gelijk. Het bedrijf wilde Kortijn ook verbieden de oude Lovers-recepturen te gebruiken, maar kon niet aantonen dat Kortijn dat daadwerkelijk doet. Die vordering is afgewezen.




































